12 augustus, 2007

Lilian Caessens

Forse vraagtekens tooien kaft

De leugen regeert.
Stel voor om dit soort uitdijende gedachtenblurb te verlaten,

het op te slaan in het systeem van FriedOmlep.
De stem van het volk heeft óók een platform,
dat moet iemand die de waag van oudewater zó goed kent toch zeker
beseffen, heksenlijk of niet.


Nadat het objectief meetbaar (gewicht) werd vastgesteld
is ze trouwens om zeep gebracht.

Maar dan die garnaal -
ofhoeheetdieuitmicrosoftgegooidesukkelookmaarweer?
Dat is een slagvaardige vis die casuïstisch best

een - opmerkelijk maar eigenlijk duf - deukje in een pakje boter slaat.
Hij heeft een second life.
De massa wordt alleen maar dommer
uitgeleverd aan brand en bier.

Zeg stra-x- niet dat ik het niet voorspeld heb.

Het gaat allemaal over brood en spelen - over het plebs -
De oprukkende doos turft prozac in een bouwval,
maar de economie groeit weer en (zeggen we nu)
Nederland is niet alleen maar een aftrekpost.

De groei zit hem op en onder het soap-niveau
van een bold en een beautiful.
"Daaaaaaaaaaaaaaaaag kenniseconomie".
Een kreet die ik momfert-de-mol nog zó hoor roepen en
ús bea (=frysk) - een juffrouw ooievaar - is hiervan de schutspatroon.

Het is goed
dat De Heer ons behoedt voor de "kracht" van het referendom.


Dus een welgemeend vaarwel HOL-land.
Donder op, gij steenkolen en geiten.
Hautaine schapen:
lust je niet.
Spaar je niet.

08 augustus, 2007

Frans Vlinderman

wij kleine wereld

tegen de willekeur inzake de vluchtelingentoestand in België.

zwerfvuil in de straat
- of iemand kan bezemen -
wordt een gezin uitgewezen
ter dood veroordeeld of minder
veel minder, tot de bedelstaf
ga en vermenigvuldig u niet langer

de familie klinkt wat raar
onverstaanbaar en bij tijden
zo agressief, is dat nu echt
die fanatieke pater familias
of doet hij zich zo voor
de media ter wille te zijn?

de living hier ligt er glanzend bij
de laatste enveloppe op de kast
morgen een andere familie
ter onderhoud, de uitgewezen papieren
worden eventueel nagestuurd in
een officiële witte omslag,
- ze wisten het niet

04 augustus, 2007

CASE

Dit heb ik wel geleerd: dat in 't digitaal poëtisch flonken
De geest gezakt zo diep in 't welzand van de suffernij
Of reeds in 't groenste jaar volgroeid in hovaardij
D'in lederzak genaaide kat in zelfbeklag is uitgeblonken
De dag daarop met man en muis is afgezonken
Tot naar 't rulle diep van d'allerzwartste memorij
Waar Orpheus' zang ontaardt in domme drammerij
En flakkerlicht zich aanschijn mat van Goddelijke vonken.
Maar looft de ziel om zijn hel- en hemeltergend dicht
Dat hij hier biedt ter slijptol en ter scherpgericht
En prijst het woord dat hongert naar de snipperaar.
Dit ijdel hoofd zo opgepompt met eigenwijs
Gewaagt van grootse taal en zeden. Als hoogste prijs
Legt het zich, u belieft, vast op 't hakblok klaar.

01 augustus, 2007

Anoniem, '40-'45

Mussert

‘Moeder, vertel eens wat
van Anton Mussert!’

Als geest een bastaard.
Als leider een prul.
Innerlijk een lafaard.
Uiterlijk een l..

28 juli, 2007

Alexis de Roode

Nachtmerrie van Holland

Op Leidsche Rijn

Schreeuwend naar Holland
zie ik asfaltrivieren
dood langs de holle
stadsrand gaan,
files ondraaglijk
lompe flatgebouwen
als starre zerken
op een kerkhof staan;
en op het onzichtbare
weiland verrijzen
nieuwbouwwijken
en bedekken het land:
kunststofkozijnen
en platte daken,
muren en deuren
van de lopende band.
de lucht hangt nog hoog
en de zon schijnt op alles
wat geld en gemeente
ons hebben beschikt,
maar in alles beneden
wordt de stem van het landschap
door grafarchitecten
verweesd en verstikt.

25 juli, 2007

Cornelis Paradijs

Aan Tollens

Hollands dichtroem gehandhaafd

Tril Cither! dichtvuur blaak! O gij, mijn lier, sta pal!
Klinkt! snaren van mijn hart, met daav'rend woordgeschal,
Sterk, God! mijn luide stem die door de hallefronden
Den lof van Hollands dichters gaat verkonden;
Wat snoeft ge, o Brit! wat stoft ge, of wufte Gal!
Met brommend snorken en verblind gebral,
Op uwen dichterroem en dichterkoren!
Als waar bij ons geen Tollens ooit geboren?
Wat pocht ge, o Albion, op Shakespeare of op Byron,
Alsof soms Tollens 't niet veel mooier nog dan zij kon.
Richt eereteekens op, gaat monumenten bouwen,
Wij hebben Tollens óók in marmer uitgehouwen!
...............................................................................
...............................................................................*

* Deze lofzang op Tollens beslaat 1200 verzen. Wij geven hier alleen den aanhef; het vervolg in eventueel volgende bundels.

Cornelis Paradijs

21 juli, 2007

M.H. Benders

M.H. Benders

Wat een lul is dat eigenlijk.
Hij past niet eens op een postzegel
maar woont wel in dat postzegellandje
in zijn postzegelhuis waar hij zijn abjecte
millimeterpoezie schrijft.

Zijn woorden zijn smeerkogels
in het stotterend verlof van
goedkope damesonderbroeken.

Hij vreest de liniaal van de kritiek
als schoolmeisjes hun dichtgeklitte
spaarvarkens vrezen en niemand wil

hem lezen, laat staan verbrijzelen of
zelfs maar even over zijn rug likken;

hem schikt slechts het slappe handje
dat zijn poezie eigen is: we plakken
die zak aan zijn eigen noten

achter het gestript behang
van zijn boos roze billengezicht.

18 juli, 2007

Martialis

Knapenliefde (Martialis XI.43)

Als jij mij aantreft bij een knaap,
liefste, en zo mijn lust doorgrond hebt,
dan pleeg je mij recht voor mijn raap
te zeggen dat ook jij een kont hebt.
Maar och, hoe vaak heeft Hera dit
refrein niet voor haar Zeus gezongen,
wanneer die weer eens zwaarverhit
op Ganymedes was gesprongen?
En denk je soms dat Heracles
zich zo bij Hylas afgemat had,
als Megara zijn minnares,
precies zo’n billenwerk gehad had?
En Phoebus zag, toen Daphne ontkwam,
zijn hete hartstocht pas gesust,
toen Hyacinthus elke vlam
die hem verschroeide, had geblust.
En ook al legde Achilles dan
Briseïs wel eens op haar buik,
hij maakte toch veel liever van
de rug van Patroclus gebruik.
Dus, liefste, tracht je als vrouw maar niet
op dit punt met een man te meten,
en de overeenkomst die jij ziet
moet je maar bliksemsnel vergeten.
Want dat wat ik bij jou benut
is weliswaar een beetje zachter,
maar ’t is en blijft toch steeds een kut
zowel van voren als van achter.


Martialis, Romeinse epigrammen, Querido, 1996,
vertaald en ingeleid door Frans van Dooren

13 juli, 2007

Saskia van den Heuvel

Goden en Godinnen

op Lettertempel

Ze kotsen met liefde in gretige mond,
proeven met tong de giftige zuren.
Bij leven zal het geen maanden meer duren
voordat het kruipt in de vochtige kont

van hem of hem of haar. Zo ongezond
als varkensdrek stinkt in boerenschuren
likken ze drab in voortdurende uren
gulzig van goddelijke tempelgrond.

Geen wierook kan het geil verbloemen
waarmee ze gorgelend met zinnen slaan,
maar hun zieke gezangen leiden gestaag

naar de onafwendbaar prangende vraag
of dichters hedendaags hun woordje staan
door zichzelf als poëten te roemen.


www.lettertempel.nl

11 juli, 2007

Gijs ter Haar

Niemand thuis?

De lucht is grijs hier, elke dag.
Ik kan niet zien waar vader is
als er nog iets van vader is.
Dat moet haast wel.
Dan ga ik op tot Gods altaren,
staat er immers op zijn steen
in mooie woorden.

En zei mijn oma niet altijd,
van eeuwigheid diep
overtuigd, daar wacht zijn huis
waar elke goede ziel te wonen komt.
Terwijl haar kromgeleefde vinger
naar de onbestemde leegte
in het kleine stukje hemel
boven haar aanleunwoning wees.

Waarom houdt hij dan zo angstvallig
vandaag wéér de gordijnen dicht?
Net of ik niet mag weten
wat zich daarbinnen afspeelt.

Doe eens één keer open, schoft!


Uit de bundel Neem dit brood, uitgeverij Douane, 2006

07 juli, 2007

F. Starik

Mag ik in het midden lopen?

Twee mannen. De ene noemt zich Cobra, verwijst
misschien naar een kunststroming uit een vorige eeuw.
Eén van de leden, Corneille, is nog in leven, maar
niet meer helemaal toerekeningsvatbaar.

De ander noemt zich Bontebal, geen kunststroming bekend.
Deze mannen voeren oorlogje met behoud van uitkering,
beschuldigen elkaar ervan verliefd te zijn op wie
geen van tweeën ooit mocht kussen, verwijten de ander

dat men ergens woont, lijdt aan achtervolgingswaanzin,
kennis aan een raadslid heeft, katten houdt, en ondertussen
de kattenbak al dan niet bijtijds verschoont.

Ooit was men het soort vrienden dat elkaar
van verdovende middelen voorziet, waar één beider
een tientje bij inschoot, tot zijn intens verdriet.

© F. Starik, 6 juli 2007

04 juli, 2007

Bernhard Christiansen

Raadsel

rondom Max L.

Ergens tussen lange smoezelige haren
wat vieze oren, tanden, bloeddoorlopen ogen
die samen wonen in een leren broek
hangt een rimpelig klein iets
dat op een walnoot lijkt

Wat zou er in die walnoot kunnen zitten?

Er zijn er die beweren
dat er smurrie in zal zitten
bruine smurrie die vooral
kan stinken en kan klotsen

Maar er zijn ook mensen
die heel zeker weten
dat er hersenen in wonen
echte kleine hersenen
veilig afgeschermd
van de buitenwereld

Wie weet de noot te kraken?

30 juni, 2007

Cobra

van de gebogen steel

op Adriaan B.

zijn pijp kan wel naar maarten
zolang al leeg
de kop koud en toch schreeuwen
van kusmeklotenpowezie

zo'n geborneerde tongblaar
van een aarshaarluis

deze kolossale kontvochtige
kringspierverlammende kwalkwezelige
kontkorstkromtaal kakelende kutamateur

dat het leeft
hoe het kleeft

©obra, juni 2007

27 juni, 2007

P.A. de Génestet

BOUTADE

O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen,
Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen,
Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp!

O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,
Van kikkers, baggerlui, schoenlappers, moddergoôn,
Van eenden groot en klein, in allerlei fatsoenen,
Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!

Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen
Tot modder; ’k heb geen lied, geen honger, vreugd noch vreê.
Trek overschoenen aan, gewijde grond der Vaderen,
Gij - niet op mijn verzoek - ontwoekerd aan de zee.

23 juni, 2007

Piet Paaltjens

Immortelle LXXXIV

O, spreek mij niet van liefde,
Van vriendschap en van trouw;
Die zijn al sinds lang overleden,
'k Ben lang er al van in den rouw.

Neen, spreek mij van 's menschen ellende,
Van al zijn kommer en nood,
En hoe hij zijn broeders leven
Verbittert, - dan lach ik mij dood!

20 juni, 2007

Willem Bilderdijk

Bij mijn verjaren

Mijn God, ach! sta ons bij wanneer de knieën knikken,
En hals en rug ons kromt, en het pad den voet begeeft.
Verkort (is't Uw wil) deze uiterste ogenblikken.
Dees wereld is me een walg - ik heb genoeg geleefd.

17 juni, 2007

Eric van Hoof

Margriet-poezie

Geïnspireerd krijgen ze zegeningen van boven
Staren onderzoekend naar eigen hart
De dichters die de natuur en Here loven

Superieur wikkelen ze zich in platvloerse proza
In vilten woorden die hun gedachten warm houden
En brabbelen ze over madelief en simosa

En legen ze hun eigenste mentale staat
Over onvermoedende onschuldige lezers
In de diepzinnigste woorden van hun vulgaat

De Margriet-poezie die hen laat schrijven
En iedere vorm van decorum doet verdrijven

13 juni, 2007

Ruben van Gogh

GRAAI & CO INC.

Stook de kosten nog maar hoger op,
bovenbazen, het plebs betaalt het
wel. Graai nog snel wat
in de ballenbak met obligaties,
fiscale regelingen. Neem die meevallers
maar mee, tel je zegeningen:
weer een ton op eigen conto
pronto-pronto overboeken.

Wat heb je nu nog nodig, geen idee
waar je het zoeken moet.
Een plasmascherm-tv misschien,
waarop je kamerbreed een cliché
poppetje kunt zien: ah, de premier
– respect man, respect
voor zijne excellentie die uitmuntend
goed gebekt zijn holle mantra’s
de overvolle maatschappij inzendt:
normen en waarden, normen en ...

“Waar is me bier.” Schuif ze bier
toe, een krat of wat; met een slok op
praten ze plat, wordt iedereen een Tokkie,
graaien ze stomdronken naar hun dochtertje
ter lering en vermaak en nog meer
centen. Maar wie betaalt de rente
op gesneuvelde ramen, een gebroken bestaan.

Dit gedicht duurde hoogstens negentig seconden,
en in die tijd zijn dertig kinderen
van honger doodgegaan.

09 juni, 2007

Erwin Vogelezang

Drie meisjes bij de slam

en jawel hoor, ze staan er weer
met teruggetrokken tanden al
dan niet de dertig te passeren.


drie meisjes bij de slam
in schotsgeruite pofrokjes
bespreken jongeherenleed.


even lekker kletsen zo
op een warme oktoberavond
met glutenvrije strandtas om.


maar heer heb medelij!
zij zullen vroeger vast hebben geslist
en was er niets iets met hun vaders?


zeep dus eerst hun borstjes in
en houd ze dan voorzichtig maar beslist
drie minuten onder handwarm water.




uit: Bladluis, Uitgeverij Holland, 2006

02 juni, 2007

Beli

de kannibaal

Op Pom Wolff

gij dom blind vee
waaruit ik mij zojuist
verheven heb
kom hier en dans voor mij

de zinnen die ik stort
lik ze de hemel in
dan copuleren wij
boven het mooiste woord

u boft
ik vul mijn leegte
met uw
échte mensenvlees

31 mei, 2007

P.A. de Génestet

Dogmatisme

De geest, die ’t brood dat zielen voedt,
in steen of gif verandren doet.


Gedicht CXII uit Leekedichtjes, 1857

26 mei, 2007

Goaitsen van der Vliet

Leed XVI


Ik zal oe de koonte votsn en n haals,
Aurelius, kwit, en Furius, klets-klets!
Iejleu verlakschouwt miej um miene leedkes,
dee mangs luk noar t vleis bint en löszinnig.

Joa, de rechte dichter möt fatsoenlik wean,
dat möt e, mer zien' leedkes hoovt dat nich -
doar he'j umsgelieks meer wil en smak van
ás zee luk noar t vleis bint en löszinnig

en wat ín hebt um un veurken an te beutn,
nich in greune gaperds, mer in oalde nötn
dee de stieve stikn nich meer reurn könt.

Iejleu hebt van doeznden smukskes leazn
en hoaldt miej vuur zon stoetnkeerlken noe?
Ik zal oe de koonte votsn en n haals!


Bovenstaande is een Twentse hertaling is van het gedicht 'Carmen XVI' van de Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus (uit ca. 60 voor Chr.).


Woordenlijst
votsn (ó als in vod) = neuken
kwit = fat (quidam)
van de klets-klets = homofiel
verlakschouwn = misprijzen
mangs = soms
umsgelieks = allicht, vanzelfsprekend
wil en smak hebn van = genieten (letterlijk: plezier en smaak hebben) van
luk = een beetje, wat
noar t vleis = zinnelijk (letterlijk: naar den vleze)
un veurken anbeutn = een vuurtje aanwakkeren
greune gaperds = jonge onervaren knapen
oalde nötn = oude knarren (letterlijk: noten, kloten)
stik(ke) = aardpin om dier aan vast te leggen (hier meervoud stikn = benen)
smok = zoen (verkleinwoord: smuksken)
stoetnkeerlken = halve zachte, mietje

23 mei, 2007

Bart FM Droog

Op deze plek stond het gedicht "Slechte journalistiek" van Bart FM Droog. Op verzoek van Droog hebben we het verwijderd, naar aanleiding van de plaatsing van dit gedicht op De Valse Noot. Droog wees ons op deze webpagina en stelt dat het niet ethisch verantwoord is het gedicht van Wolff te plaatsen. De lezer velle zijn eigen oordeel. De redactie acht zichzelf vooralsnog niet gerechtigd het gedicht van Wolff te verwijderen. Het gedicht is een literaire uiting. Het eventueel onethische schuilt in de uitingen en gedragingen eromheen. Niet alle dreigementen, aantijgingen en beledigingen op internet kunnen als "literatuur" verdedigd worden. Dit gedicht wel.

19 mei, 2007

Maria Barnas


Eerst proppen we ze in de hoek. Het is handig
als ze goed op hun plaats blijven zitten.
We knopen ze vast en laten ze goed uitdrogen.


Of dit haalbaar is ligt aan ons niveau.

We laten er weken overheen gaan
en geven de hemel een kleur. Neem een thema
om het geheel levendiger te maken

Doe het ongeveer op ware schaal
en gebruik zoveel mogelijk kosteloos materiaal.

Nu gaan we fantasie gebruiken.
Het geeft een mooi effect.


We geven elkaar enkele ideeën zoals een beest
dat in de kamer een lambrisering slaat
van krassen. Razernij een rechte lijn

zo hoog als de klauwen reiken.
We kunnen er helaas niet van afwijken.



Eerder geplaatst op en geschreven voor een royaal gebaar

16 mei, 2007

Rienk Kruiderink

ZOEK! BUS!

Zoek niet naar spoed
met bussen van Arriva,
ze spatten over voeten
die bij een schuine buspaal staan.

Uw broek wordt nat
zoals uw sokken
waar A. zijn remmen grondig doet
en al te dik bezoek van straat
in gangpad pissen moet.

De busbestuurder draait
zijn kont door korte bochten,
hij roept niet eens, hij kaapt
een stoep, de bons
ontwerpt een roepen

dat oud publiek met stokken slaat,
maar nooit meer netjes groeten.
Het moet een lusthof zijn
voor toeter, klep en schokken.


De uitstap klinkt als trage pijn,
de busdeur zuigt,
hij proeft mijn blauwe kuiten.

12 mei, 2007

E. Laurillard

Maatschappij van onderlinge verzekering tegen roemloosheid

Heeft een der leden van de club
Zijn letterkundig ei gegeven,
Dan wordt door ’t kakelen van de rest
Op schelle toon zijn lof verheven;
En, legt nu elk om beurt een ei,
En kakelen beurt’lings al de vrinden,
Dan is - dat voelt ge - in heel de club
Geen enkel roemloos lid te vinden.


(uit: Ongerijmde rijmen, Spectrum, Antwerpen, jaartal onbekend)
(spelling gemoderniseerd
)

09 mei, 2007

Mien Proost

Literatuurles

Verlaine heeft slecht geleefd
en was heel dikwijls dronken.
Hij had een lelijk gezicht,
ons heeft hij gedichten geschonken.

Het mooist is “Sagesse”,
dat schreef hij in staat van genade.
Van de rest deugt niet veel,
toen was hij met zonden beladen.

O Paul, o, Verlaine,
ik kots van de poëzie,
geef mij La Fontaine,
que j’aime à la folie.

Mien Proost
(uit: Het Middelbaar Onderwijs, 1929)
(spelling gemoderniseerd)

05 mei, 2007

Alexandra van de Pol

Aan de ‘elitaire’ sukkels van de vrije vorm

Dus jullie dachten ‘dichterlijk’ te durven wezen.
Dus jullie dachten; spuug gewoon wat letters neer,
dan wil de mensheid je na vijf jaar nog wel lezen.


Misschien bedacht je ook: ‘Vormvastheid leeft niet meer,
het volk is dom, men wil en kan niet eens meer denken,
dus ’t is niet van belang hoe ik het presenteer.’

Welnu, bedien het plebs maar op hun iele wenken.
Je bent al net zo’n ongeletterde proleet
en hoererij zal zeker veel voldoening schenken.

Het is zo simpel en zo triest dat je ’t niet weet,
te dichten als een Polzer, eerbied voor je taal,
te schrijven met je bloed, betalend in het zweet.

Dus kots je nooit eens van je frasenbacchanaal,
want elk woord uit jouw mond is niets meer dan banaal.

02 mei, 2007

Corrie Boin

Op deze plek stond het gedicht "Welzijn, Waarheid, Wetenschap" van Corrie Boin. Op verzoek van de auteur hebben we het verwijderd n.a.v. de kwestie Droog-Wolff.

28 april, 2007

Marcus Valerius Martialis

Candidus’ bezit

De dingen die je hebt, heb je alleen,
en Candidus, hier zijn ze een voor een:
je huizen in het veld heb je alleen,
je kluizen vol met geld heb je alleen,
je goud en porselein heb je alleen,
je oude flessen wijn heb je alleen,
je geniaal talent heb je alleen,
je hart dat niemand kent heb je alleen.
Al wat ik hier vermeld heb je alleen,
maar niet je vrouw, want die heeft iedereen.



Uit: Martialis, Romeinse epigrammen, Querido, 1996,
vertaald en ingeleid door Frans van Dooren


Origineel:

praedia solus habes et solus, Candide, nummos,
aurea solus habes, murrina solus habes,
Massica solus habes et Opimi Caecuba solus,
et cor solus habes, solus et ingenium.
omnia solus habes - hoc me puta velle negare -
uxorem sed habes, Candide, cum populo.

Uit Martialis, Liber III, 26, Another insanely ambitious project


25 april, 2007

Pietersz van calumburgh

OVERGANG

Ik zou de gevlekte roze huid

van je geschuurde rug willen scheuren.
Zo babyzacht ben je niet honey.

Zwaar als bunkerbeton
leunen de waaromwoorden
op geleende schouders.

Niemand weet van het eelt op je knieën.
Is het daarom dat jouw fladderrokken
zo lang en treurig gekleurd zijn,

of heb je nog meer bloed te verbergen?

21 april, 2007

Case

klok en klepel
op de Woorddansers

klok en klepel het geluidmakend duo

ook wel genaamd de luchtverplaatsers
of het subsidiekanalen bevarend audio
visueel ondersteund gebeuren, laatst ‘s

heb ik het genoegen gesmaakt om
niet al te hoog aangeslagen
deel uit te maken van de doelgroep:
dolenthousiast aangeraakt, recht

in m’n smoeltroep, taal als ‘n
hele hoop praats, adrenaline limonade
uit twee gorgelende zwanenhalzen, ja,
niet dat je alles even goed verstaat

maar zeuren doe we nou dus effe nie:
ook de raad vindt dit echt poëzie

18 april, 2007

P.A. de Génestet

Deftigheid*

Bastaard van den ernst, die frazen
tot een schijn van reden plooit,
en temet een schaar van dwazen
heilig zand in de oogen strooit!
Die onzinnige vertoogen
uitbrengt met een hoog gewicht,
als gewerd u, uit den hoogen,
(ach!) een officieel bericht!
Farizeesche, die uw naaktheid,
die uw ijdel zielsbestaan
hult in plooien vol gemaaktheid,
in den mantel van den waan!
Gij, die nooit een hart bekoorde,
brandend van wat heilig vuur;
schrik van waarheid en natuur,
die de gratiën vermoordde!
Ja, die ter onzaalger uur
om het heilge te verkonden,
ons een toon hebt uitgevonden,
die ’t gebed van ’t vroom gemoed
in een lach verkeeren doet ...
Hoor wie u bewondren mogen -
God vergeef me zoo ik me ooit
in uw plooien heb geplooid! -
ik veracht u als de logen;
en ik zegende den dag,
dat ik u, door schrik bevangen
voor der waarheid ronden lach,
aan een witte das verhangen
ergens plechtig bunglen zag!



* De Génestet doelt hiermee op de plechtige hooghartigheid van sommige dominees en theologen

14 april, 2007

Adriaan Krabbendam

Herberg de schaamte
Op een leeuw van een bar seizoen

er was een yes een b-leeuw een ka met kinderen en nekvel

terwijl haar demagoog recht de camera in spoog
in het wilde weg vloekte onder zijn bakkes zijn
mom veelvuldig oprotte in de glimzaal van god

even m’n ogen bijwerken

ik ben de moede zitzak de drenzende dikkerd
die zich doodlacht voor dooie deuren

de malicieuze malloot

er was een yes en een b
er was een k met kroost

elke
gespalkte
baviaan
die nog
zijn mond opendoet


even m’n ogen bijwerken

let niet op haar het is mijn vrouw
wij houden daar niet van
wij van ons


hoe dood ook

of t helpt? wablief blond of rond of kont
je komt er de winter mee door
vastgeklemd in de overvolle vergadering
bralzuchtige gelijkstemmigen


wij bezitten geen nacht dan de hunne
want waar werd dat wij wij wij
recht hebben op de dood
wij alleen wij wij wij
in onze godseigen goot


en op elke grasspriet
die ons niet toebehoort


wij van ons
en onze wadi


met steun van ameriKajaja

even m’n ogen bijwerken

11 april, 2007

Cornelis van der Wal

Op deze plek stond het 'anti-Drieklied' van Cornelis van der Wal. Van der Wal heeft ons helaas verzocht het vers te verwijderen, kort nadat wij het Anti-Fries Volkslied van Driek van Wissen plaatsten. Van der Wal is van mening dat dit gedicht discriminerend is voor Friezen.

07 april, 2007

Willem Godschalck van Focquenbroch

Een Hollandsche vuyst-slagh, op een Brabandsche koon.


Een Antwerpsche Mis-pop,
Een Swijn van den Bisschop
(Om Ravens te aesen,)
Derft hier komen raesen,
En gnurcken, en knorren,
En schelden, en morren,
En kijven, en kauten,
Met Rijmen vol fauten:
En maeckt sleghs wat veersen;
Voor Hollandtsche Neersen.
En leyt hier te singen
Van Geusen te dwingen,
Alsof meester Barendt,
Die Roovenden Arent,
Sijn grijpende pooten
In Steeden, en Slooten
Soo licht'lijck sou krijgen,
Als hy ons kan drijgen.
Neen Antwerpsche Trommel!
Al waer jy de Drommel,
En Barendt sijn Besje,
Soo sult ghy het Nesje
Van Hollandt niet stooren.
Schijt al uw Cibooren,
Daer Priesters, en Papen,
Meê speelen als Apen.
Men sal in uw Kelcken
De Swijnen noch melcken,
Wanneer ons uw landen,
Weer komen in handen.
Dan sal men u wijsen,
Wat Hemelsche spijsen
Dat Papen, en Fielen,
Soo Godloos vernielen;
Wijl sy die door 't backhuys
Sleghs senden na't kackhuys.
Als zijnd' een godtloosheyt,
Vol duyvelsche boosheyt,
Die sellefs een Heyen
Son moeten beschreyen,
En die dese blinden
Noch Christelick vinden.
Maer seght eens, ghy Uylen!
(Wiens jancken en huylen
Voor Beelden, en Poppen
Wiens suchten, en kloppen,
0p Wambais, en knoopen,
Wiens rennen, en loopen
Om Jacob sijn schelpen,
Al soo veel kan helpen,
Als of ghy de sticken
Eens vaet-doecks gingt licken)
Wat komt u doch over?
Dus langer hoe groover,
Op Hollandt te schelden?
Met vloecken, en rasen,
Ons hier te verbasen?
Ba neen doch; wy schijten
Eens in uw verwijten;
Want 't kan ons niet deeren,
Aen rock of aen kleeren.
Of ghy ons voor Ketters
Voor Beelden-verpletters
Voor Branders, voor Stoockers,
Voor Nickers , voor Roockers,
Voor Roovers , en Branders.
Komt schelden, of anders,
Ghy mooght sen die gecken
Der maersen eens lecken.
Gaet bruyt metje Trommel,
Vol Antwerps gerommel,
Indien ghy wilt kijven,
By Lepel-straets-wijven,
Waer dat ghy by Bayken,
By Jenne, of Mayken,
(Daer ghy by verkeert hebt)
Dat deuntje geleert hebt.
Het schijnt dat uw Keel is,
Als die van Broer Kneelis;
Die nimmer de Staten
Met vreede kon laten,
En altijt met schande
De Princen aenrande,
Die was in die tyen
Wel fix op't kastyen,
Op nonnen, en Queesels,
Dat lappen, en veesels,
Haer 't Aersgat afhingen:
Maer wilt ghy die dingen,
Van Barendtjes weegen,
Op ons hier doen plegen,
Soo maeck j'een collatie
(Behouwens uw gratie)
Wiens droevige botheyt
Wel toon, dat ghy sot zijt.
Want Fijn Man! al willen
De Nonnen haer billen
Dat quisplen, en streelen
Der Papen wel veelen,
Soo weet ghy wel beter,
Dat ons soo de veeter,
Door schelden, en drijgen,
Niet los is te krijgen:
Oock moocht ghy wel weeten,
Dat Hollandtsche scheeten
Uyt 't Aers-gat der Geusen,
Met Brabandtsche Neusen
Soo slecht accordeeren,
Dat ick wel derf sweeren,
Dat ghy haer uw klouwen,
Van 't gat wel sult houwen.
Des komt geen genade
Ons thans noch te stade;
Gelijck sy nae desen
Aen u wel sal wesen;
Wanneer men eer lange
U light sal sien hangen.
Wel houd dan goe teeck'ningh,
En schrijft vry die reeck'ningh
In't bladt van je balge,
En hanght 't aen de galge.
En laet in die boecken
De duyvel dan soecken

Wat quaets gh' in uw leven
Daer in hebt geschreven;
Soo sult gh' uw papieren,
Gedoemt sien ten viere,
En ghy aen den Koningh
Van Heyntje-mans wooningh
Langh roepen; Och armen!
Wild onser ontfarmen.

U Y T.

04 april, 2007

Emma Burns

Op deze plaats stond het gedicht "het onze Pom" van Emma Burns. Burns heeft ons helaas verzocht het te verwijderen.

31 maart, 2007

Pom Wolff

aftrap

Aan de opkomende dichter Johanna Geels

men neme een hoofd

men neme het hoofd van johanna
men zet johanna op een stoel
nadat men deze stoel op de middenstip heeft geplaatst
van - laten we zeggen van het ajax-stadion

men neme een hakmes
men slaat op het hoofd van johanna om te proberen
vervolgens hakt men het hoofd van johanna’s lichaam af
het mes kent ook een scherpe kant
men neme het hoofd

en legt het hoofd op de middenstip
men laat johanna gewoon zitten
men neme op de koop toe
dat de mensen zeggen: dat kan niet

men ontkleedt johanna tot haar taille
ze is er zelf toch niet meer bij - met haar hoofd
men neme het hakmes opnieuw in de hand
men make een keuze
kiest men voor de linkerborst
dan slaat men de linkerborst eraf
kiest men voor de rechter dan de rechter

men verlaat het ajax-stadion
om een kroketje te eten


Titel: Je bent erg mens Auteur: Pom Wolff Uitgeverij: Holland ISBN: 90 251 0980 2



28 maart, 2007

Anke Leenders

anticlimax

klaar voor de start

24 maart, 2007

Merijn Hilte

Nijmeegs sonnet

voor Cees van der Pluijm

Een druiloor zit verongelijkt te nuilen,
Verbergt zijn afgunst onder valse luim

Hij is de hogepriester van het pruilen,
Zijn mond gelijkt een uitgedroogde pruim
Zijn burgemeestersbuik ligt rond en ruim,
Gewichtig op zijn knieën uit te puilen

Soms barst hij uit in verontwaardigd huilen,
Of braakt hij groen van woede bitter schuim

Hij brult mallotig, als uit zeven muilen,
De prominente dichter Van der Pluijm
Hij is een schertsfiguur, een kakelfluim,
Parmantig windei, kuiken van de uilen

Hij tracht zich achter status te verschuilen
En zuigt zich prominent uit eigen duim

21 maart, 2007

Arnoud Rigter

Trapparaat

Met zijn omkeer-, trede/paletloop-, kamplaat-,
kettingwielbreuk-, en leuningbandinvoerbeveiliging,
gecombineerd met asymmetrierelais en toerentalbewaking,
en de spuitgietaluminium gegroefde treden met een bevestiging
aan de precisierolschalmkettingen, als ruggengraat der aandrijving
en met leuningbanden van rubber met ingevulkaniseerde wapening,
(die vormen met de treden één schokvrije, synchrone beweging),
en met een modulair elektronische schakelpaneel besturing,
380/220 V aansluit- en 110V/50Hz besturingsspanning,
voor de traditionele worm-wormwieloverbrenging
en met een oliedichte machinekamerafsluiting,
van geprofileerde aluminium dekplaat,
lijkt een roltrap een intelligenter ding
dan een mens die er op staat.

17 maart, 2007

Fred Papenhove

STEMMINGSWISSELINGEN
(voor alle hermetische dichters)

Doe ik de gordijnen
open

of

laat ik de gordijnen
dicht.

14 maart, 2007

Ingmar Heytze

zo goed als nieuw

Voor het college van Benders & Wullen

Ik weet nog ergens een brandkast te staan
te midden van verbogen paperclips
en afgebroken nagelvijltjes.


Je moet wel dichter zijn om te geloven
dat je zo’n ding kunt openen
met een manicureset;

hijgend MacGyverden ze zich een ongeluk,
de arme drommels. Machteloze lucifers
roken nog wat na onder het cijferslot.

Over poëzie hoef je niets te onthouden
dan dit: sommige dichters
zijn brokkenpiloten,

ze vliegen liefst onder de radar,
verpulverend in straalmotoren
van zelfgebakken wind
.



Noot van de redactie: gelegenheidsvoorpieper, maar dan anders

10 maart, 2007

Oswald M. Trauersucht

Krak!

Voor Rita Verdonk

Hoewel het leven zwaar en kort is,
boog jij nooit in compassie mee.
Je noemt dat zelf graag "recht door zee".
Een andere term is "rigor mortis".

Al lang voor Christus zei Lao Tse
"Wie buigt, blijft heel." Maar jij wist beter.
Je gaf, kortom, geen millimeter.
En honderden braken met je mee.

07 maart, 2007

Bernd Ebbo Visser

recensenten

elkaars verse aarsmaden versmadend
slijmen zij zich een spoor door het slijk

met de bekken vol met drek
roemen zij daarbij het eigen succes

gemeten aan andermans falen
krijgen zij gruwelijk gelijk

03 maart, 2007

Peter de Groot

gewoon dom

snap best dat als wanneer je zoiets zonodig op de markt wil brengen er vanzelf van die insecten bij komen al was dit tevens een idee van jou

vind ik ook wel grappig perfect is zeker saai

maar mijn god hoe heb je te weinig tijd gehad - hier begin ik behoorlijk aan je te twijfelen - ken je de theorie van relativiteit niet

laat ik het zo zeggen stel de algemene motorenfabriek maakt een auto die prima rijdt
wel 210 kilometers in een uur - zonder uitstoot van schadelijke stoffen! - maar de kar kent 1 probleem

zodra de temperaturen een klein beetje dalen onder het nulpunt (in graden celcius)
heb tie ineens vierkante wielen!


nou zeg ik je is dat dom of niet heb toch zeker met een kutontwerp te maken

- ook al doet de motor het nog prima daar heb je op dat moment geen ene malle vinketering aan want ik weet niet of je het weet maar met vierkante wielen is het slecht rijden ook al doet die funking motor het 1000 maal beter dan ooit te voren -

- ja dikke penisontwerper met je te grote onmetelijke smoel vol tanden daar stond ik laatst in de vrieskou dood te sterven omdat mijn kolere handen geen kracht konden zetten en ik dus daardoor niet in staat was de sleutel om te draaien en daarmede het mogelijk te maken de deur te openen ik geef toe dat het slot mijn schuld is vergeef me mijn achterdocht dat is mijn materialistische aard van wie zou ik het hebben maar voor de rest moet je toch ook zelf toegeven dat het erg STOM is om één van de belangrijkste onderdelen van de mens zo slecht te beschermen bij een hartstilstand ben je als mens nog in staat jezelf te reanimeren als je handen maar mee werken lekker rammen op de borst nee je wordt bedankt -

28 februari, 2007

Hélène Gelèns

en nu

verklaar je de dood aan je verraad

hoe? ga je het vermoorden met ware woorden
in braafheid of gebeden smoren
ga je het vergelden met zelfkastijding

of lach je het weg

ga je het verdelgen met ditjes en datjes
onder drukdrukdruk bedelven
ga je


(Uit: niet beginnen bij het hoofd, Uitgeverij 521, 2006)

24 februari, 2007

Benne van der Velde

Toverpotje

Heil wachttoren van het noorden, hoeder van lucht,
spaar de spinragjes op haar heksenwratjes
daar.

Heil wachttoren van het oosten, hoeder van water,
laat haar snel wat even laf gesmaakte kruidenbetovertjes koken
dan hoe ze daar ruikt.

Heil wachttoren van het zuiden, hoeder van vuur,
bevuil haar heksenkruisje met niets anders dan tovenaarstafjenijd
daar.

Heil wachttoren van het westen, hoeder van aarde,
geef me uw macht om haar te vegen met haar nieuwe, ruwe bezem
daar.

Driewerf.

21 februari, 2007

Marcus Valerius Martialis

Penibele vraag

Dat jij je armen en je borst
en je onderlijf laat epileren,
waarbij je 't schaamhaar rond je pik
vrijwel volledig weg laat scheren,
dat komt omdat jij -'t is bekend-
je liefje daarmee wilt charmeren.

Maar Labiénus, heel concreet:
voor wie scheer je eigenlijk je reet?

Uit: Martialis, Romeinse epigrammen, Querido, 1996,
vertaald en ingeleid door Frans van Dooren.

Origineel:
quod pectus, quod crura tibi, quod bracchia vellis,
quod cincta est brevibus mentula tonsa pilis,

hoc praestas, Labiene, tuae - quis nescit? - amicae.
cui praestas, culum quod, Labiene, pilas?

Uit: Martialis, Liber II, 62, Another insanely ambitious project.

17 februari, 2007

Alexis de Roode

Valse noot

voor Daniël Dee

Eén februari tweeduizend zeven,
gepland als de start van de Valse Noot.
De druk op de vier redacteuren was groot:
een weekje te voren, dan zouden ze even

bijeenkomen, voor een soort eerste selectie

en afstemming over wat goed was en fout.
Want hekel- en schimpdichten is al een oud
en beproefd procédé, en dat vraagt om reflectie.

Om twee uur op zaterdag stonden ze klaar:

Benne en Oswald met pen en papieren,
De Roode met crackertjes, koekjes, en bieren,
het huis aan de kant; het moment was daar!

Maar hoe men ook plant, de waarheid is hard:

dichters zijn vals en vaak niet te vertrouwen
ze zuipen zich klem en doen Dingen met vrouwen;
dus de Valse Noot kreeg een valse start.

Want Dee dee nie mee! Hij was niet te bereiken,

liet niets van zich horen. Zelfs niet per mail.
Een kater, een druiper, een cel, een bordeel?
Zat hij met schulden, problemen of lijken?

Jij drankorgel, feestvierder, liet je Gods water
weer al te gul vloeien, al over Gods akker?
Stond er een naald in je arm, toen je wakker
werd zondag, of maandag, of dinsdag, nog later?

Jij dagdief, jij lijntrekker, leegloper, dwaallicht,

jij slampamper, straatslijper, boemelaar, losbol,
jij dichter, maleier, jij hosselaar, flapdrol,
jij drukker, je krijgt 'm: ons allereerste schimpdicht.


Je collega's

Bart FM Droog

Op deze plek stond het gedicht "Vette engel" van Bart FM Droog. Op verzoek van Droog hebben we het verwijderd, naar aanleiding van de plaatsing van dit gedicht op De Valse Noot. Droog wees ons op deze webpagina en stelt dat het niet ethisch verantwoord is het gedicht van Wolff te plaatsen. De lezer velle zijn eigen oordeel. De redactie acht zichzelf vooralsnog niet gerechtigd het gedicht van Wolff te verwijderen. Het gedicht is een literaire uiting. Het eventueel onethische schuilt in de uitingen en gedragingen eromheen. Niet alle dreigementen, aantijgingen en beledigingen op internet kunnen als "literatuur" verdedigd worden. Dit gedicht wel.

Hanz Mirck

Aan de moordenaar van Filippo Raciti

In den beginne was er oorlog, daarna
kwam het voetbal, een abstractie, een spel,
gespeeld door dure afgevaardigden
We ontwikkelden ons tot casinopubliek

starend naar het balletje. Maar voor sommigen
is het stadion slechts stadium, hun arena
ligt buiten het veld, de omgekeerde wereld
voor hun omgekeerde koppen

zijn zij nou zo´n kuddedier
of ben ik nou zo´n dolle stier?
Moordenaar van Filippo Raciti

je begreep niks van voetbal, begreep niks
van het leven, en het leven niks van jou
trek je conclusie, rund

Pim te Bokkel

Een woord voor alle mensen die liever niet presteren vanwege de angst voor kritiek en toch op anderen kankeren om zich voor een moment beter te voelen

Alsjeblieft.

Ingmar Heytze

Op deze plek stond het hekelgedicht "The Bends" van Ingmar Heytze. Heytze heeft inmiddels zijn gedicht ingetrokken. Voor de vrede.

Maarten Das

Tegen de eenzame uitvaart

Ik geef je een geweldig vroeger
om zelf extra te kunnen bestaan.

Hoe lang voor ook de goedkope kist en het kraken
van het handjevol stoelen zullen zijn weggegrist?

Wie je kenden, zoenden en vervloekten,
zeg ze: koop mijn bundel.
Ik was zo met hun oude vriend begaan.

Liesbeth Lagemaat

Klein galgenmaal

Dit is geen toeval: langs het pad groeit rattenkruit en brood.
Je hinkelt me tegemoet. (Wat zijn je jukbeenderen groot!)
Dus kom schurkje, til ik je op. Mamapop, hup! Op mijn schouders.

Zul je voorzichtig zijn met je nageltjes? O, ronde kerfjes,
dat mag. En mijn bloed? Dat gaat groen als het gras, één
vloeiende kraag. Zit je goed? Speel met je klauwtjes in mij,

vul mijn oren met houten granaatjes. Kersenhout. Boem!
En het dooft. En je tutuutje van pijlijzerdraad, en de gifblaas
van goud om je hals, schommeldeschom, zing maar mee.

Zal ik mijn bekertje geven dan drinken we samen, wie ‘t eerste
schokt is ‘t doodst. Wil je niet? (Ze wil niet. Was ze soms bang?)
Dan laten we alles zo staan: de tafel, het kleed en het brood.


(uit de bundel:’Een koorts van glas’, februari 2007, Wereldbibliotheek)